Opvoeding en de hersenen

Ik begin deze paragraaf met een stuk van de site, ik leer in beelden.

 “Onze hersenen bestaan uit twee verschillende helften die onderling verbonden zijn. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren maar werken ook vaak samen. In het beste geval vormen beide helften een geïntegreerd geheel en zijn ze met elkaar in balans. Vaker is één van de twee hersenhelften dominant. Meestal schakel je dan ook bij nieuwe leertaken spontaan de meest dominante hersenhelft in.

Beide van de hersenhelften hebben verschillende talenten. De meeste mensen hebben een dominante linker hersenhelft. Dit is niet verwonderlijk omdat deze op school het meeste wordt aangesproken. In de linker hersenhelft zijn namelijk het spraakvermogen, structuur, de logica en de ratio gelokaliseerd.

Wat betekent dat als je een dominante rechter hersenhelft hebt? Waarschijnlijk dat je een lastige schooltijd hebt. Dat je niet zulke goede resultaten hebt. Dat het lezen niet zo vlot gaat; en het leren van de tafels. Dat je ondanks dat je slim bent en veel interesses hebt je aandacht er niet bij kan houden en niet zo snel kan schakelen.

Dat komt omdat op school de nadruk ligt op de talenten van de linker hersenhelft. De nadruk ligt op het verbale, op analyse en op details. De rechterhelft wil juist het geheel overzien en houdt van creatie.

Invloed van opvoeding en scholing op de hersenen:

Het begint allemaal wanneer het kind nog niet geboren is.

In de ontwikkeling van een embryo, wordt in een sneltreinvaart een persoon klaargestoomd om geboren te worden. Dat zie je fysiek aan de eicel die zich in sneltrein vaart ontwikkeld. Er ontstaan armen, benen, een romp en hoofdje. In totaliteit een basis van het beginnend menselijk lichaam. Maar wat we bijvoorbeeld niet met het blote oog zien, is de ontwikkeling van individuele hersencellen en het opslaan van informatie die de baby in de baarmoeder al meekrijgt. Dit via de moeder haar gemoedstoestand en het voedsel en drinken wat ze tijdens de zwangerschap binnenkrijgt.

Dit proces van lichamelijke en daarbij neurologische ontwikkeling, is in het hele begin al gaande en gebeurd door het aanmaken van nieuwe hersencellen, ook wel neuronen genoemd (gedetailleerde informatie hiervan volgt in de volgende paragraaf). Neuronen zijn hersencellen die elk hun eigen informatie bevatten. Het zijn de opslagpunten van herinneringen, gedachten, mogelijkheden en kennis. Deze neuronen worden als baby en geborene in de miljarden aangemaakt. Zij zijn de onderdelen die informatie over de omgeving en onszelf bevatten. Wat we zelf leren en wat ons geleerd wordt. Wanneer het kind geboren wordt gaat de ontwikkeling van neuronen in hoog tempo door. Dit moet ook wel, omdat een kind klaargestoomd moet worden voor een zelfstandig leven in de buitenwereld (als volwassene).

Het aantal verbindingen tussen de informatie en het aanmaken van neuronen, is dan ook meerdere malen hoger dan op latere leeftijd. Hierdoor zijn de begindagen van een mens ook van groot belang voor de ontwikkeling van een volwassene. Dit wordt maar al te vaak onderstreept door wetenschappers (waaronder Freud) en psychologen. Tel daarbij op dat kinderen juist in deze periode totaal afhankelijk zijn van hun omgeving en je hebt een mogelijkheid tot het maken of breken van een toekomstige volwassene.

“Herinneringen en hun lading blijven, ook al zijn de invloeden van vroeger uit beeld verdwenen.”

Maar wat doet opvoeding precies met je en hoe kan het je sturen in een bepaalde richting?Hierover zijn vele studies gedaan en hypotheses ontstaan. Er zijn 2 hypotheses die ik hier ga beschrijven en die veel gewicht met zich meebrengen. Dat is de invloed van de ouders/omgeving op het kind en die van het schoolsysteem. Laatstgenoemde is zoals hierboven al lichtelijk  beschreven, sterk gericht op structuur, logica, taal, concentratie, order opvolging en straffen en belonen. Ook wel links-breinige dominantie. In de volgende paragraaf wordt de basis van de neuron tot de gedachte beschreven en wat dit met je als mens kan doen. Zowel positief als negatief. Ik zal uitleggen hoe een herinnering ontstaat en wat voor invloed deze op je als mens kan hebben en waarom. Met als gevolg dat de kennis ontstaat van de aangeleerde identiteit en doorzien van je eigen identiteit. Voor nu is het van belang om te beschrijven wat opvoeding voor invloed kan hebben.

Opvoeders/omgeving:

De dominantie van ons brein wordt door meerdere factoren bepaald, waaronder onze genen, onze opvoeders en omgeving.

Genen hadden de grootste invloed op onze ontwikkeling als mens, als je de vroegere autoriteiten moest geloven. Uit wie je geboren werd, bepaalde wat je later zou worden. Daar was niets aan te veranderen, het was genetisch bepaald.

Door gedaan onderzoek, observatie en ervaringen weten we nu beter. Nieuw licht op het oude vertrouwde beeld van genetische afkomst laat zien dat dit verre van de waarheid ligt. Als mens hebben we bepaalde genen, maar zorgen opvoeding en de omgeving er grotendeels voor hoe en wat onze identiteit op latere leeftijd is.

Dit begint bij de kindertijd. De mate van zelfontplooiing en verdere groei op verschillende vlakken wordt hier voor een groot deel bepaald. Onder invloed van de opvoeders of het gemis ervan. Kinderen zijn volledig overgeleverd aan de situatie waarin zij opgroeien, de cultuur, de familie of bijvoorbeeld de aangehangen religie. De hang naar zelfontplooiing en onderzoek of juist overgave aan een autoritaire macht buiten henzelf, komt hier voor een groot deel tot stand.

“Vrij geboren, gebonden gemaakt”

Ook wel in de vorm van modelkinderen, naar het evenbeeld van hun opvoeders. Of het kind dit wil of niet. Dit is maar al te vaak de consequentie. Hiermee wordt door de opvoeding een hele grote neurologische afdruk gezet in het brein. Een af kadering van wat goed is en wat niet en of je voldoet aan de eisen die gesteld worden. nieuwetijdskind.jpg

Opvoeders komen in vele vormen en maten. Toch probeert elke ouder zijn haar gedachtegoed en overtuigingen dan wel bewust of onbewust over te brengen op anderen, waaronder hun kinderen. Dit gebeurd via verschillende methoden, waaronder straffen en belonen, het controleren van gedrag en tegelijkertijd het loslaten ervan. Loslaten staat voor eigen onderzoek en leren. Controleren staat voor sturen en leren.

Ook al is er een scheidslijn waar te nemen tussen domineren, het sturen en het loslaten van een kind. Deze scheidslijn is heel dun. Tegelijkertijd is deze van levensbelang voor het individu en de wereld.

Een kind is afhankelijk. Het kan niets zonder de veilige haven (in de meeste gevallen) van thuis. Een plek waar ze kunnen zijn, waar ze zichzelf mogen zijn en waarvan ze leren. Het is de fase waarin zoveel mogelijk informatie opgepikt wordt en langzamerhand een identiteit wordt gevormd. Deze is dan ook cruciaal. Het latere geloof en de onderdanigheid aan bijvoorbeeld een religie, traditie,  overheid, normen en waarden, de zij en wij gedachte komen in de meeste gevallen allemaal voort uit aangeleerd gedrag en overtuigingen. Niet uit zelf onderzoek en zelf identificatie. Het woord indoctrinatie, relatief goed en fout geldt hier sterk. Zolang er geen staat is waarin iemand open-minded is, niet (snel) veroordeeld en tegelijkertijd kritisch durft te zijn tegen anderen en zichzelf, is er geen sprake van een eigen IK. Maar van een aangeleerd gehoorzaam en onderdanig persoon. Dit alles heeft zijn afdruk in het brein. Waar herinneringen en overtuigingen van vroeger zijn opgeslagen. Nieuwe informatie wordt aan het oude informatie getoetst en omarmt of afgewezen.

Modelleren via opvoeding:

Vormen van indoctrinatie en het modelleren van een kind gebeurd op verschillende wijzes. Het gebeurd door woord, daad of nalatigheid daarvan. Elke woord, daad, of nalatigheid heeft zijn invloed en emotionele respons op een kind. Deze wordt vastgezet in het brein. Niet alleen de herinnering wordt vastgezet, maar ook de emotie die erbij gepaard ging. Dit kan blijdschap zijn, boosheid, angst, liefde etc. De afdruk zorgt voor de vorming van een aangeleerde identiteit, ook wel de herkenbaarheid en heeft zijn invloed op het latere leven. Zelfs zaken die ze ervaren maar niet zelf meemaken laten hun afdruk achter. Waaronder ruzies, scheldpartijen, liefde verklaringen van ouders onderling, het open-minded  of juist gesloten zijn, controlerend of juist vrijlatend, onderzoekend of juist volgzaam, in geloof of juist atheïst, rechts-breinig of links-breinig, vol met risico of juist op zoek naar veiligheid en eindigend met liefde of angst. Dit zijn een aantal vormen van gedragingen of overtuigingen van ouders, die invloed uitoefenen op een kind. Een kind is het product van de omgeving. De blauwdruk hiervan ligt in de hersenen. Waar elke herinnering, elke ervaring, elke imitatie wordt opgeslagen en wat een persoon voor een groot deel bepaald. Dit geldt niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouders zelf en hun ouders en hun ouders daarvoor. Elk is beïnvloed, elk is aangeleerd en gevormd naar de daden, ervaringen, herinneringen en voorbeeldfuncties van die tijd, die generatie. De blauwdruk ligt daarvan bij ieder in het brein. Alle informatie die door je vijf zintuigen wordt ontvangen, zal naar aanleiding van die blauwdruk bekeken worden, ontcijferd en beoordeeld.

Het is dan ook van belang om dit te doorzien en te bekijken wat waarheid is en wat niet. Dit is op zich een stelling die moeilijk te beantwoorden is. Wat is waarheid en wat niet? Is er een absolute realiteit?

Wat in ieder geval wel zo is, is dat we allemaal anders kijken naar dezelfde waarheid of realiteit om ons heen. Ook wel genaamd de menselijke perceptie. Jij beoordeeld iets, via je eigen en aangeleerde identiteit. Hetzelfde geld voor een ander. Terwijl ieder naar hetzelfde kijkt, zien we het net allemaal anders. Met als gevolg dat er verschillende culturen, tradities, dictaturen, religies, politieke overtuigingen ontstaan. Het is dan interessant om te ea5e7b61ef9d040a27de7e6f38804ee6beseffen dat de leer die we aanhouden vaak in ons hoofd veel verschilt van het ander, maar als je goed kijkt vaak in meer dingen overeenkomt, dan dat ze verschillend is. Dit heeft betrekking op bijvoorbeeld de overheid,  religies, verschillende culturen, tradities en onze innerlijke kenmerken.

Het zijn vaak de verschillende normen en kijken op dezelfde realiteit en het volle geloof hierin, wat spitsing veroorzaakt. Ook wel de duale gedachte. Opvoeding is hierin een machtige speler, die verbind of juist verdeeld.

Het sterke geloof in een een externe autoriteit, dan geloof in onszelf, onze eigen IK. Dit heeft voor een groot deel zijn oorsprong in de opvoeding die gevolgd is door het kind. Waar het kind op dat moment volledig aan overgeleverd was. De mens wordt in grote getallen nog altijd geleerd, dat onderdanigheid aan een leider buiten zichzelf belangrijker is dan individuele vrijheid, ofwel individuele connectie.

Gelukkig bestaat er zoiets als plasticiteit van onze hersenen en daarmee onze blauwdruk. Op elk moment, seconde, minuut, uur, dag, jaar ben je anders, niet dezelfde persoon, niet vaststaand en heb je elke mogelijkheid om jezelf te veranderen, mocht je dat willen. Je leert, ervaart, voelt en wordt gewaar. Je ontwikkeld, je groeit en wordt sterker. Je hersenen maken verbindingen continue sterker of passen deze aan, naar mate er nieuwe informatie binnenkomt. Waarop jeje focust, maakt je hersenen tot het daartoe perfect aangepaste model. Jouw en mijn lichaam zijn een geweldig design wat zich aanpast naar wat jij en ik willen of wat ons wordt opgelegd. Daarmee kunnen we maar 1 ding doen wat juist is en dat is ten volle gebruik maken van deze optie. De optie tot groei in welke richting je ook wil. Alleen omdat je het wil, daarmee angsten opzij worden gezet en de ontdekking van het onbekende wordt toegelaten en volledig omarmd.

Kinderen zijn niet te veranderen, alleen door jezelf te veranderen, verandert het kind mee. 

Ik wil eindigen met een vraag die mij een tijd geleden gesteld werd. Ik kreeg een tijd geleden een vraag toegespeeld door een collega.  Zij vroeg hoe zij haar kind kon veranderen, omdat ze moeite had met hun rebelse en eigenwijze dochter. Ze verwachtte op haar vraag een antwoord te krijgen die gericht was, op verandering vanuit het kind, maar niet van zichzelf.

Maar op de vraag om iemand anders, bijvoorbeeld je kind, te veranderen is maar 1 juist antwoord te geven en dat is jezelf. Alleen als je jezelf verandert, verandert de wereld om je heen met je mee. 

Schuld aan kinderen geven omdat ze iets niet doen, zoals het in sommige gevallen graag gezien wordt, kan dan ook nooit juist zijn.  Zij zijn vrije mensen die geboren worden in een onvrije wereld. Zolang zij geen zelfbeschikking hebben, wat pas tijdens de pubertijd ontwikkeld, zal hij/zij niet het bewustzijn hebben om te kiezen en kunnen zij automatisch geen schuld hebben. Zij zijn een product van hun omgeving en hun eigen onberekenbare wil. 

De enige manier waarop kinderen kunnen veranderen, is door het veranderen van de omgeving, jezelf, de mensen om het kind heen, het loslaten van deze of door middel van de tijd, via het natuurlijk verloop van de verschillende levensfases.

Mogelijkheid begint op het moment dat je accepteert wie je nu bent en tegelijkertijd inziet dat je vanaf dit moment elke seconde, minuut, uur, dag en jaar jezelf kan laten groeien, ontwikkelen en veranderen in de richting die je wil. Kies je een bekende richting dan is er een grote kans dat dit makkelijker is, maar minder vernieuwend. Kies je een onbekende weg, dan zul je jezelf en de wereld om je heen anders gaan ervaren en zien.

Dit alles om de blauwdruk en de manier waarop je jezelf ziet kan aanpassen. Stap voor stap in een bepaalde richting. Waar je wel blij mee bent moet je versterken en wat je tegenhoudt om je echte zelf te zijn, los te laten. Want iedereen heeft in essentie alle mogelijkheid. Het is het pakken van de mogelijkheid, door niet te geloven en te reageren op angst, het oude en bekende, maar open te staan voor het nieuwe, de risico, het mogelijk onbekende en daarmee een mogelijk nieuw onontdekt deel van jezelf.